Op deze pagina kunt u mijn persoonlijk ontwikkeling plan lezen en de bijbehorende acties daarvan.

Mijn uitdaging

Mijn eerste uitdaging is loslaten. Ik wil nadat ik ben afgestudeerd veel meer kunnen loslaten. Af en toe kan ik mijn zin wel eens doordrammen. Ik moet leren loslaten dat niet altijd alles kan wat ik wil. Ook moet ik leren dat mensen ook een andere mening kunnen hebben dan die van mij. Als laatste moet ik ook leren loslaten dat ik minder vasthoudend wordt en dus ook nieuwe dingen aanga. Ik wil dit controleren door er over te praten met andere mensen waarmee ik samenwerk of vrienden en familie. Zo kan ik meten of er verbetering inzit of dat er ik er nog meer aan moet werken.

Ik wil dit punt ontwikkelen omdat ik door deze eigenschap teveel druk om mensen uitoefen. Mensen kunnen geïrriteerd of gedemotiveerd raken als ik altijd mijn zin wil krijgen en mijn gelijk wil halen. Dit is ook niet handig voor het bedrijfsleven omdat je dan vaak moet samenwerken. Tijdens samenwerkingen moet er een goede sfeer hangen en moeten mensen niet gedemotiveerd raken.

Acties

Naar de mening van andere luisteren

Ik wil leren dat de mening van andere ook goed is en dat niet alleen ik altijd gelijk heb. Ik wil dit oefenen door meer om de meningen van mijn vriendinnen te vragen. Vooral bij mijn vriendinnen die ik al heel lang ken kan ik af en toe doordrammen. Ik wil dit oefenen door de komende tijd vaker hun mening te vragen en niet ertegen in te gaan. Dit ga ik doen bij de eerst volgende feestjes die eraan komen. Ik maak altijd de keuze naar welke feestjes we gaan. Daarom ga ik de volgende keer niet meer zeggen naar welk feestje ik wil en ga ik naar hun mening luisteren. Zo ga ik leren mijn eigen mening los te laten en naar de mening van andere te luisteren.

Rust

Ik moet ervoor zorgen dat ik meer rust krijg in mijn leven. Een dag is eigenlijk te kort voor mij. Ik wil altijd alles sneller, beter en eerder voor elkaar krijgen. Als mensen iets niet snel doen begin ik alweer te zeuren en door te drammen dat ze moeten opschieten. Ik moet dus kunnen loslaten dat niet altijd iedereen alles snel kan en mensen de tijd geven om hun ding te doen. Ook wil ik dat dingen mij meteen lukken. Als zaken niet meteen lukken word ik erg geïrriteerd op mezelf. Ik ga dit vooral met mijn ouders oefenen omdat zij heel snel aan mij merken wanneer alles weer snel moet gebeuren. Als zij mij ergens mee helpen wil ik altijd dat ze mijn vraag snel begrijpen en dat ze mij het ook snel uitleggen zodat ik weer verder kan. De volgende keer als dit weer gebeurt kunnen mijn ouders zeggen: “Romée nu weer een tandje minder.” Door meer rust ga ik ook niet meer zeuren en doordrammen op mensen.

Leren om met nieuwe dingen om te gaan

Als laatste moet ik ervoor zorgen om minder vasthoudend te zijn. Omdat ik veel dingen op dezelfde manier wil doen heb ik moeite met nieuwe dingen aangaan. Ik vind het moeilijk om me in nieuwe situaties op mijn gemak te voelen. Het liefst wil ik in zo min mogelijk nieuwe situaties komen te staan. Ik kijk altijd eerst de kat uit de boom en vind het moeilijk om goed in een groep te komen als ik mij nog niet op mijn gemak voel. Dit moet ik dus ook leren loslaten. Het is niet erg om fouten te maken. Nieuwe dingen leren en doen is juist goed voor je ontwikkeling. Ik moet kijken naar dingen die ik echt belangrijk vind ook al is het in een nieuwe situatie. Mijn ouders kunnen mij hiermee helpen door bijvoorbeeld mij te stimuleren op een nieuw baantje te zoeken. Zo kom ik terecht in een niet vertrouwde omgeving en kan ik leren hiermee om te gaan.

Om de uitdaging ‘loslaten’ onder controle te krijgen heb ik mijn familie, vrienden en klasgenoten nodig om mij hiermee te helpen. Zij kunnen mij helpen om de controle te houden als ik een beetje doorsla.

Mijn uitdaging

Mijn tweede uitdaging is tevreden zijn. Ik wil naar mijn tweede studiejaar meer tevredenheid creëren. Ik ben snel bang dat ik fouten maak. Hierdoor durf ik bij samenwerkingsopdrachten niet snel zaken op mij te nemen. Ik ben bang dat ik het dan verkeerd doe. Ik moet dus meer vertrouwen in mezelf krijgen want ik doe het hartstikke goed. Aan de andere kant kan ik ook uitschieten tot een controlefreak. Het liefst wil ik alles zelf doen, maar dat kan natuurlijk niet bij samenwerkingsopdrachten. Ook hier moet ik leren meer tevreden zijn over mezelf want niet alles kan perfect zijn. Ik wil dit controleren door er over te praten met mensen waarmee ik samenwerk en mijn familie. Tijdens samenwerkingsopdrachten kunnen mijn medeklasgenoten me aanmoedigen zodat ik iets meer vertrouwen krijg. Verder kan mijn familie zeggen dat ik dingen goed heb gedaan en ervoor zorgen dat ik niet doorsla om het nog beter te doen. In het werkleven is het ook niet handig om bang te zijn om fouten te maken. Werken is er juist om dingen te leren. Ik kan niet eindeloos blijven doorgaan tot het perfect is.

Acties

Vertrouwen in jezelf

Ik wil leren meer vertrouwen in mezelf te krijgen. Ik kan vaak best onzeker overkomen. Vooral tijdens samenwerkingsopdrachten ben ik bang dat ik dingen verkeerd doe of gekke dingen zeg. Hierdoor ben ik best stil en voel ik me nutteloos. Ik moet leren dat het helemaal niet erg is om fouten te maken. Het maakt niet uit als je soms verliest je kan namelijk niet altijd winnen. Ik wil dit oefenen om tijdens het volgende project meer van mezelf te laten horen. Ik wil proberen het niet erg te vinden als ik fouten maak.

Minder controlefreak zijn

Omdat ik altijd alles goed wil maken en alles op tijd af hebben ben ik nog al eens een controlefreak. Ik moet leren dat ik niet altijd overal het beste in kan zijn en dat ik ook valkuilen heb. Ik moet leren dat ik niet altijd alles perfect kan doen. Dit wil ik doen bij het volgende tentamen. Als ik een voldoende heb gehaald is het goed en ga ik het niet herkansen omdat ik het nog beter wil doen. Dit zorgt voor een heleboel druktes. Mijn vriend en ouders kunnen mij hiermee helpen door op tijd te zeggen: “Goed is goed.”

Om de uitdaging tevreden zijn onder controle te krijgen heb ik mijn familie en klasgenoten nodig om mij hiermee te helpen. Zij kunnen mij helpen door me meer aan te moedigen zodat ik meer vertrouwen krijg in mezelf en niet doorsla tot een controlefreak.

Mijn valkuil

De valkuil die ik heb is doordrammen. Ik wil na het project Sales & Accountmanagement minder doordrammend zijn. Bij mijn uitdaging loslaten kwam een doordrammende ik ook al naar voren. Dit komt omdat ik vaak mijn zin wil krijgen en blijf doordrammen tot dat ik dit krijg. Ik blijf zo lang proberen om mensen van mijn mening te overtuigen tot ze het met me eens zijn. Ook blijf ik net zo lang pushen bij mensen tot dat ze doen wat ik wil. Dit kan op gegeven moment erg doordrammend overkomen. Ik wil dit controleren door er over te praten met mijn projectleden na het project Sales & Accountmanagement. Als zij vinden dat ik weer te veel doordram kunnen ze dat melden en kunnen we het bespreekbaar maken. Ook wil ik hierover praten met mijn moeder. Ik vraag haar vaak om hulp voor school gerelateerde dingen. Dit vragen doe ik ook altijd op een doordrammende en ongeduldige manier. Als dit weer op deze manier gebeurt kan ze dit melden en kunnen we er samen over gaan praten. Zelf heb ik het niet snel door wanneer ik dit doe, daarom heb ik hier ook echt andere bij nodig.

In het werkleven moet ik ook oppassen met te doordrammend zijn. Ik wil dit punt ontwikkelen omdat mensen geïrriteerd kunnen raken als ik altijd maar mijn zin moet doordrammen. De kans is aanwezig dat er straks niet meer om mijn mening wordt gevraagd. Maar mensen kunnen gedemotiveerd raken en denken; zij beslist het toch wel dus ik zeg wel niks meer. Ook bestaat er een kans dat mensen mij niet meer willen helpen omdat ik mensen snel push om iets te doen.

Acties

Naar de mening van andere luisteren

Bij de uitdaging loslaten kwam deze actie ook al naar voren. Ik wil leren dat de mening van andere ook goed. Ik kan niet altijd gelijk hebben. Ik wil dit oefenen door meer de meningen van mijn vriendinnen te vragen. Vooral bij mijn vriendinnen die ik al heel lang ken kan ik op een doordrammende manier overkomen. Ik wil dit oefenen door de komende tijd vaker hun mening te vragen en niet ertegen in te gaan. Dit ga ik doen bij de eerst volgende feestjes die eraan komen. Ik maak altijd de keuze naar welke feestjes we gaan. Daarom ga ik de volgende keer niet meer zeggen naar welk feestje ik wil en ga ik naar hun mening luisteren. Zo ga ik leren minder manipulerend te zijn door niet mijn eigen mening  door te drammen.

Minder pushen

Ik wil leren minder te pushen bij mensen. Omdat ik van mezelf erg ongeduldig ben wil ik dat mensen altijd alles snel, snel, snel gaan doen. Ik raak dan ook direct geïrriteerd als mensen sloom zijn, het niet begrijpen of als ze het niet doen zoals ik wil. Mijn moeder vraag ik vaak om hulp bij schoolopdrachten. Soms kom ik nog niet op gang en kan zij mij het juiste zetje geven. Maar vaak vraag ik mijn moeder op een pushende, geïrriteerde en ongeduldige manier om hulp. Ik zeg dat al snel ‘je moet dit doen’ of ‘je moet dat’. De volgende keer als ik mijn moeder om hulp vraag wil ik dit op een rustige en liefdevolle manier vragen. Ook al ben ik geïrriteerd dat het me nog niet lukt, moet ik toch proberen om mezelf rustig te houden.

Om de valkuil doordrammen onder controle te krijgen heb ik mijn klasgenoten, vriendinnen en moeder nodig. Doordat ik hun ook de kans geef om hun mening te geven en minder ongeduldig te zijn kan ik proberen minder pushend en doordrammend over te komen.

Reflectie

De afgelopen tijd heb ik goed aan mijn uitdagingen en valkuil kunnen werken. Als eerste vind ik mezelf al minder vasthoudend geworden. Ik ben een nieuw baantje gestart en ik heb tientallen stage gesprekken gehad. Hier hield ik dus totaal niet van dus ik ben volledig uit mijn comfort zone gestapt de laatste tijd. Begin januari had ik ook een sollicitatie staan voor vakantiewerk. Ik ging nu voor het eerst ontspannen naar een sollicitatie toe. Ook denk ik dat de lockdown, door het coronavirus, mij aan de ene kant wel goed heeft gedaan. Ik kan veel minder doen dus ik krijg veel meer rust in mijn hoofd. Ook heb ik meer tijd om goed naar dingen te kijken waardoor ik minder geïrriteerd raak.
Verder vind ik ook dat ik best vooruit ben gegaan in mijn tevredenheid. Ik heb me tijdens de afgelopen projecten veel zekerder gevoeld. Ik durfde en nam veel meer de leiding. Toch kan ik soms nog een beetje controle freak zijn. Een tijdje terug hadden we onze propedeuse uitreiking. Voor 2 vakken had ik een 5,5 en een 6,1 gehaald. Ik vond het achteraf toch wel jammer dat ik die twee niet herkanst had, terwijl het allebei voldoendes zijn. Als laatste vind ik mezelf ook zeker minder pushend en doordrammend. Ik merk aan de manier van vragen dat ik dit op een veel rustigere manier kan doen. Het is prettig om te zien dat ik goed heb gewerkt aan mijn uitdagingen en valkuilen.